2021: Dit zijn de nieuwe regels voor een correcte salarisadministratie

naar 2021: Dit zijn de nieuwe regels voor een correcte salarisadministratie

Vanaf 1 januari 2021 worden de nieuwe regels van kracht omtrent het inhouden en betalen van de loonheffingen. Er zullen wijzigingen plaatsvinden voor de volgende onderwerpen:

1. Vrije ruimte werkkostenregeling (WKR)

Vanaf 1 januari 2021 wordt de vrije ruimte in de WKR per inhoudingsplichtige 1,7% van de fiscale loonsom (tot en met € 400.000,-). Daarbij komt nog 1,18% van het restant van die loonsom. In 2020 was er een tijdelijke verruiming van de WKR, wegens de coronacrisis.

2. Verruiming gerichte vrijstelling studie en opleiding

Er bestaat een gerichte vrijstelling voor vergoedingen en verstrekkingen om kwalificerende opleidingen te kunnen volgen. Wanneer een medewerker aan de voorwaarden voldoet voor de vrijstelling hoef je hierover geen loonheffing te betalen. Op dit moment kan een inhoudingsplichtige voor een ex-werknemer geen gebruik maken van de gerichte vrijstelling van scholing, omdat er sprake is van ‘vroegere arbeid’. Per 1 januari 2021 kan dit wel. De verruiming is van toepassing als de opleiding of studie bijdraagt aan het verkrijgen van inkomen. Het is niet van toepassing voor onderhoud en verbetering van kennis en vaardigheden.

3. Lagere bijtelling voor privégebruik elektrische auto met geïntegreerde zonnepanelen

De korting op de bijtelling van een auto van de zaak zonder CO2-uitstoot wordt verlaagd tot 10%; een verlaging van 12% t.o.v. het reguliere tarief. Dit geldt voor auto’s met een eerste toelating op of na 1 januari 2021. Deze korting is alleen van toepassing op de eerste € 40.000,- van de cataloguswaarde. Over het resterende bedrag wordt geen korting gegeven en geldt de algemene bijtelling van 22%. Voor auto’s die op waterstof rijden, is de korting van toepassing op de volledige cataloguswaarde. Dit geldt ook voor elektrische auto’s met zonnepanelen (zonnecelauto’s), waarbij energie wordt opgeslagen in een loodvrij accupakket. De zonnepanelen dienen een vermogen te hebben van minimaal 1 kilowattpiek.

4. Tijdelijke versoepeling van de RVU-heffing

Wanneer je oudere werknemers tegemoet wilt komen om eerder met pensioen te gaan, kan je gebruik maken van de tijdelijk versoepelde RVU-drempelvrijstelling. Dit betekent dat de RVU-heffing van 52% tijdelijk en onder voorwaarden niet betaald hoeft te worden, voor zover de betalingen van de RVU onder het bedrag van de drempelvrijstelling blijven.

5. AOW-leeftijd

De AOW-leeftijd blijft in 2021 66 jaar en 4 maanden.

6. Overgangsrecht levensloopregeling

De einddatum van het overgangsrecht van de levensloopregeling is vervroegd naar 1 november 2021. Zo zijn de levensloopregelingen voor het eind van 2021 afgerond. Wat verder nog verandert, is o.a. dat de inhoudingsplicht verschuift van de (ex-)werkgever naar de instelling waar het levenslooptegoed is ondergebracht. De (ex-)werkgever blijft wel inhoudingsplichtig voor de loonbelasting en premies volksverzekeringen wanneer de werknemer voor 1 november 2021 aanspraak opneemt. Bekijk de overige wijzigingen met betrekking tot het overgangsrecht in het document van de Belastingdienst.

7. Zorgbonus

Zorgprofessionals die tussen 1 maart en 1 september 2020 zich hebben ingezet in de strijd tegen het coronavirus, komen (indien zij hebben voldaan aan de voorwaarden) in aanmerking voor een netto bonus van € 1.000,-.

De bonus heeft geen gevolgen voor heffingen, premies en inkomensafhankelijke regelingen, omdat sprake is van een subsidieregeling. De bonus wordt uitgekeerd aan zowel werknemers als niet-werknemers. Raadpleeg het document van de Belastingdienst of de website van DUS-I voor meer informatie over de eindheffing.

8. Verduidelijking begrip publieke kennisinstellingen voor de afdrachtvermindering S&O

Publieke kennisinstellingen komen niet in aanmerking voor de S&O afdrachtvermindering wanneer zij werkzaamheden verrichten op het gebied van speurwerk of ontwikkelingswerk. Voorheen stond hierbij vermeld ‘zonder winstoogmerk’. Omdat dit voor vragen zorgde, is besloten om het stukje ‘zonder winstoogmerk’ weg te laten. Dit zorgt niet voor een inperking van de huidige groep gebruikers van de S&O afdrachtvermindering.

9. Wijzigingen in de aangifte loonheffingen

De contractindicaties zijn voor de Wet arbeidsmarkt in balans (Wab) alleen nog nodig als er sprake is van een arbeidsovereenkomst zoals omschreven in artikel 7:610 van het Burgerlijk Wetboek (BW). Dat is het geval bij de volgende codes:

  • 1: Arbeidsovereenkomst (exclusief BBL) Toelichting: vanaf 2020 geldt deze code ook voor overheidswerknemers (code soort inkomstenverhouding 11) met een
  • 10: Wet sociale werkvoorziening (WSW)
  • 11: Uitzendkracht
  • 82: Payrolling
  • 83: Beroepspraktijkopleiding van de BBL

Je levert de contractindicaties vanaf 2021 niet meer aan bij de volgende codes:

  • 4: Deelvisser
  • 6: Musicus / artiest
  • 7: Stagiair
  • 18: Publiekrechtelijke aanstelling
  • 79: Opting-in regeling
  • 81: Overige fictieve dienstbetrekking

In 2021 tref je een nieuwe rubriek aan: ‘Indicatie publiekrechtelijke aanstelling voor onbepaalde tijd’. Alleen wanneer je code 18 hebt ingevuld, vul je de contractindicatie voor deze rubriek in met ‘Ja’ of ‘Nee’. In andere gevallen vul je niets in.

10. Reiskosten

Vanaf 2021 is het niet meer toegestaan om reiskosten belastingvrij te vergoeden aan de werknemer wanneer hij/zij thuiswerkt. Op de dagen waarop een medewerker reist, mag je wel onbelaste reiskosten betalen. Voor de thuiswerkdagen zijn er 4 opties:

  • De medewerker krijgt geen vergoeding voor de dagen waarop thuisgewerkt wordt.
  • Reiskosten worden onbelast vergoed, maar komen dan wel ten laste van de vrije ruimte in de werkkostenregeling (WKR).
  • De reiskosten worden bruto vergoed. De medewerker betaalt de belasting over deze vergoeding.
  • De reiskosten worden gebruteerd. De werkgever betaalt de belasting over deze vergoeding.

11. Thuiswerkvergoeding

In principe valt de thuiswerkvergoeding onder de vrije ruimte van de WKR, tenzij de vergoedingen onderbouwd zijn (bijvoorbeeld met facturen). Ook hierbij heb je een aantal opties:

  • Je kunt de thuiswerkvergoeding onbelast vergoeden. Dit bedrag komt dan ten laste van de vrije ruimte.
  • Je kunt de thuiswerkvergoeding bruto vergoeden. De medewerker betaalt belasting over deze vergoeding.
  • De thuiswerkvergoeding wordt gebruteerd. De werkgever betaalt de belasting over deze vergoeding.
  • Kosten voor thuiswerken kunnen worden gedeclareerd, dus bijv. een bureaustoel. Dit valt onder de gerichte vrijstellingen.

Bron: Belastingdienst

Meer weten?

Meer informatie over de loonheffingen vind je op de website van de Belastingdienst. Mocht je naar aanleiding van dit artikel nog vragen hebben, neem dan contact op met één van onze HR-adviseurs.

Telefoon

010 – 478 28 78

E-mail

hr@apployed.nl